Pensioenen: reactie op SER-verkenning

In mei 2016 bracht de SER (Sociaal Economische Raad) een rapport uit om een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke dialoog over de toekomst van ons pensioenstelsel. Het rapport verkent een nieuw type pensioencontract, dat in het SER advies van begin 2015 als “interessant maar onbekend” was bestempeld: persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling.

Op verzoek van de SER hebben de ouderenorganisaties een reactie op deze verkenning samengesteld, die vorige week vrijdag namens NVOG, KNVG en NOOM aan de SER is gestuurd.

U kunt de brief aan de SER hier lezen.

Koopkracht ouderen 2017: plusjes en minnen

In de Nieuwsbrief van j.l. dinsdag stond het persbericht en de verwijzing naar het Nibud-rapport, dat in opdracht van de NVOG en andere ouderenorganisaties is gemaakt, gebaseerd op de cijfers van Prinsjesdag.

In aanvulling daarop: in februari van dit jaar hebben we een manifest aan de politieke partijen verzonden en daarnaast tal van brieven en rapporten. En als we de door ons genoemde punten op het gebied van Inkomen en koopkracht vergelijken met de stukken voor  Prinsjesdag, dan zien we veel daarvan toch wel terug.
Om te beginnen met een plusje: de ouderenkorting gaat in 2017 (structureel) naar € 1.292 voor pensioengerechtigden met een inkomen tot € 36.057 (maar … wie een hoger inkomen heeft, moet het doen met een ouderenkorting van slechts € 71!).
Er blijven ook grote minpunten: de in recente jaren fors opgelopen koopkrachtachterstand wordt niet ingehaald, en een ander minpunt is dat er (nog) geen zicht is op maatregelen om de mogelijke pensioenkorting tegen te gaan, c.q. wat meer ruimte voor indexatie te creëren. En ouderen met een hoger inkomen en/of vermogen gaan er qua koopkracht duidelijk op achteruit (maar de specifieke schenkingsvrijstelling van € 100.000 blijft wel gehandhaafd).

Deze week is vanuit diverse politieke partijen aandacht voor diverse minpunten gevraagd, zowel bij de algemene beschouwingen als in een separaat overleg over de pensioenkortingen. Dat laatste heeft als voorlopig resultaat dat staatssecretaris Klijnsma heeft toegezegd de effecten te zullen laten onderzoeken van verlenging van de hersteltermijn.

N.B. Aan de ouderenkorting zit nog steeds wel een akelig haakje: de bovengenoemde grens van € 36.057 markeert nl. een abrupte overgang van de ouderenkorting van  € 1.292 naar € 71, dus wie over die grens komt qua verzamelinkomen moet ineens ruim €1.200 meer belasting gaan betalen!
Een aftrekpost, bijvoorbeeld in de vorm van een reguliere gift kan, wanneer het verzamelinkomen iets boven de grens uitkomt, dit terugbrengen tot onder die grens, zodat – per saldo – geprofiteerd kan worden van de hoge ouderenkorting van € 1.292. Het is dus van belang hier elk jaar attent op te zijn.

De bijlage bij het in de 2e alinea vermelde manifest kunt u hier lezen.

Premie ziektekostenverzekering 2017

In maart van dit jaar hebben wij in de Nieuwsbrief een artikel opgenomen over het feit dat de zorgverzekeraars al enige jaren vanuit hun vermogen de hoogte van de premie hebben gesubsidieerd maar dat er het naar uitziet dat daar een einde aan zou komen. Zilveren Kruis had dit toen al gepubliceerd.

Medio van het jaar lazen wij dat de reservevermogens van de 4 grote zorgverzekeraars de grens van het door de Nederlandse Bank vereiste vermogen hebben benaderd. Er is al een zorgverzekeraar die daar onder zit. In dat bericht stond dat bv. CZ voor 2016 uit hun vermogen op de premie € 191,- had bijgepast, dus meer dan 15%!

Wie schetst onze verbazing dat wij in de begrotingsstukken van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op pagina 177 lezen dat “ondanks dat zorgverzekeraars in 2016 middelen hebben ingezet ter verlaging van de premie de zorgverzekeraars naar verwachting nog over voldoende reserves beschikken om ook de premieontwikkeling 2017 te mitigeren. Verondersteld wordt dat de zorgverzekeraars in 2017 een significant deel van overreserves gaan teruggeven (€ 2 miljard). Bij de raming van de premie is ervan uitgegaan dat de zorgverzekeraars via een geleidelijke afbouw van de reserves op een stabiele premieontwikkeling inzetten.”

In het premie overzicht op pagina 182 van de begrotingsstukken VWS lezen wij dat volgens de raming de nominale premie stijgt van gemiddeld € 1.199 in 2016 naar € 1.241 in 2017 of wel de € 3,50 per maand zoals de regering heeft gepubliceerd! (In het najaar bepalen de zorgverzekeraars zelf hun eigen premie!)
Wij trekken dit, mede gezien de mededelingen van de zorgverzekeraars, sterk in twijfel.  B.v. als de zorgverzekeraars niet € 2 miljard maar € 1 miljard macro zouden investeren in premiekorting in 2017, dan zou dit een extra premieverhoging opleveren van ongeveer 6%, waardoor de veronderstelde koopkracht plus voor ouderen nagenoeg geheel verdwijnt!

Ook in het NIBUD-rapport staat als negatief punt dat “verschillende verzekeraars in de media hebben aangegeven dat het kabinet te optimistisch is over de beperkte stijging van de zorgpremie. Zij verwachten dat deze in de praktijk hoger zal uitvallen”.

Wij zijn van mening dat de regering veel te positief is over de verwachte stijging van de nominale zorgpremie en daarmee het publiek op het verkeerde been zet. Wij gaan hierover de politiek benaderen. Overigens positief is dan de inkomensafhankelijk premie die de gepensioneerden betalen wordt verlaagd van 5,5% naar 5,4 % van het premieplichtig inkomen!  Wij komen hier verder op terug.