Dilemma’s en oplossingen sociaal domein

Op 28  september 2016 organiseerde Zorgbelang Overijssel het jaarlijkse belangencongres in Overijssel. Tijdens het tweede deel van de bijeenkomst wandelden zo’n 100 aanwezigen over de sociale wandelkaart van Overijssel. Een gemêleerd gezelschap van wethouders, leden van Wmo-raden, bestuurders, politici, betrokken inwoners, leden van clientenraden, huisartsen, ambtenaren en beleidsmakers bespraken de kansen en obstakels van de vier hoofdroutes:

  1. De basisroute door het alledaagse leven;
  2. De netwerkroute waar het sociale netwerk uitkomsten biedt;
  3. De initiatiefroute waar vrijwilligers zich op eigen initiatief inzetten voor de medeburger;
  4. De maatwerkroute waar gemeenten en organisaties zorg en ondersteuning op maat bieden.

In kleine groepen constateerden de wandelaars diverse dilemma’s op de routes en bedachten daar oplossingen over. Ook ontstonden er olifantenpaadjes tussen de routes. Per tafel werden de wandelkaarten flink beklad met teksten, nieuwe gebouwtjes en alternatieve weggetjes. Per route zijn de volgende kansen en oplossingen beschreven.

De basisroute

  1. In elke gemeente dient een groep van ervaringsdeskundige inwoners de beschikbaarheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid van alle openbare voorzieningen regelmatig en methodisch te toetsen en de gemeente en andere verantwoordelijke partijen te adviseren. Lokale gehandicaptenplatforms doen/deden dit al.
  2. De mogelijkheden van een inclusieve samenleving dienen veel actiever, breder en praktischer gedeeld te worden met alle inwoners.
  3. Geef jongeren een eigen plek en een actieve rol in elk dorp en in elke wijk. Blaas het jongerenwerk nieuw leven in.
  4. Versterk de basisvoorzieningen in wijk/dorp, zodat mensen daar terecht kunnen met hun vragen en problemen. Bundel daar ook de krachten (school, bibliotheek, wijkcentrum, kerk, wooncentrum, etc)

De netwerkroute

  1. Iedereen en zeker kwetsbare inwoners verdienen een eigen sociaal netwerk als veilige basis. Elke gemeente dient hierin te investeren, bijvoorbeeld in de vorm van maatjesprojecten of vrijwillige clientondersteuners. Kijk wie het niet zelf kunnen en bied hen ondersteuning!
  2. Mantelzorgers/familie zouden altijd bij het keuzeproces/besluitvorming (keukentafelgesprek) betrokken moeten worden maar dit mag nooit betekenen dat mantelzorgers per definitie ook belast worden met de basisondersteuning van een cliënt/patiënt.
  3. Laat de onafhankelijke clientondersteuners ‘eigen kracht conferenties’ rond kwetsbare burgers organiseren, zodat er een sterk sociaal netwerk ontstaat en concrete oplossingen worden benoemd door de mensen om een kwetsbare inwoner heen.
  4. Veel burgers willen best helpen maar kennen de route niet. Investeer in activiteiten die mensen lokken om hun steentje in de wijk/dorp bij te dragen. Hier zijn veel ideeën voor.
  5. Buurtbewoners moeten gestimuleerd worden om elkaar te vinden en gebruik te maken van elkaars kennis en kunde. Voor wat hoort wat.

De initiatiefroute

  1. Goede informatie en investering in bewustwording onder alle inwoners (maar ook bij bedrijven) is een voorwaarde om te komen tot sterke, lokale netwerken en initiatieven met voldoende draagkracht.
  2. Burgerinitiatieven waar kwetsbare burgers op bouwen/vertrouwen dienen structureel te worden ondersteund door de gemeente/welzijnsorganisatie. Bezuinigingen op betrouwbare en erkende welzijns- en belangenorganisatie moeten worden teruggedraaid. Losse initiatieven zonder draagkracht en draagvlak zijn soms te vrijblijvend en dus niet altijd betrouwbaar. Denk in lange termijn oplossingen voor echte problemen van kwetsbare burgers.
  3. De kwaliteit van vrijwillige initiatieven dient wel bewaakt te worden. Deskundigheid, privacy bewaken, continuïteit, verantwoordelijkheid, professionaliteit, e tc. Vrijwilliger moet kunnen terugvallen op professionele steun.
  4. Elke wijk en elk dorp in Overijssel kent zijn eigen waarden, krachten, netwerken en mogelijkheden. Daar moet gebruik van gemaakt worden, wil een initiatief kans van slagen hebben. Noaberschap.
  5. Per regio of provincie dienen goede voorbeelden van initiatieven met elkaar gedeeld te worden, bijvoorbeeld door middel van bijeenkomsten of een website.
  6. Stimuleer maatschappelijke stages, maatschappelijke bedrijfsuitjes, maatschappelijke acties van verenigingen, etc.

De maatwerkroute

  1. Meer en betere (vindbaar, toegankelijk, begrijpelijk) informatie over wat er is (Wmo, zorg) en waar je terecht kunt!! Laat cliënten toetsen waar het beter kan.
  2. Specialistische kennis dichterbij de wijkteams, bijvoorbeeld vaak nodig voor een goede probleemanalyse.
  3. Zorg bij de toegang van zorg en maatschappelijke ondersteuning voor meer goede onafhankelijke clientondersteuning, zodat inwoners/cliënten verstandige keuzes kunnen maken.
  4. De criteria van indicatie dienen duidelijk en transparant te zijn. Te vaak begrijpen cliënten niet waarom bepaalde vormen van ondersteuning niet of juist wel worden geboden. Onafhankelijke clientondersteuners kunnen hierbij helpen.
  5. Er is te weinig respijtzorg voor overbelaste mantelzorgers.
  6. Zet ook ervaringsdeskundige inwoners in  om kwetsbare burgers te ondersteunen, helpen of adviseren. Zij kennen het klappen van de zweep!
  7. De sociale wijkteams zijn nog onbekend bij veel burgers (direct nummer?). Te veel burgers denken nog ‘ik vraag en de gemeente levert’. Dus veel meer doen aan het informeren en betrekken van burgers.
  8. Meer woonvormen nodig tussen thuis en verpleeghuis.

Tussenoplossingen (olifantenpaadjes)

  1. Gemeenten denken vanuit het wettelijke aanbod maar nog niet vanuit de vraag en de mogelijkheden van kwetsbare cliënten en vitale inwoners.
  2. Breng professionele kennis en vaardigheid van de maatwerkroute naar de andere routes!
  3. Meer afstemming tussen scholen en jeugdhulp.
  4. Zet jongeren in om ouderen te helpen.
  5. Geef de basisschool een centrale rol in elke wijk of in elk dorp. Daar leren ouders/grootouders elkaar kennen op het plein, daar zouden netwerken en initiatieven kunnen ontstaan.
  6. Ruim bureaucratische obstakels op.
  7. Signaleer actief op alle routes welke burgers het moeilijk hebben (fysiek, psychisch, financieel, etc). Maak een meldpunt bij Zorgbelang. Maak het makkelijker voor omstanders om hun bezorgdheid over een buur te uiten. Laat jaarlijks vrijwilligers oudere ouderen bezoeken. Wijk-vertrouwenspersoon.
  8. Ook de huisarts kan goed signaleren en zou een sociale doorverwijzing moeten kunnen doen.
  9. Zet goede methoden in om te achterhalen wat kwetsbare burgers nodig hebben, wat vitale burgers te bieden hebben en hoe je vraag en aanbod kunt matchen.